Ojiki お辞儀, rei 礼

Buigen binnen Kochōkai

Tachi-rei (staande buiging) bij Kochōkai kan afhankelijk van de situatie op drie manieren worden uitgevoerd.

  • Shin 真 (formeel): bedoeld voor formele situaties. Saikeirei 最敬礼 (diepe buiging), waarbij het bovenlichaam  een hoek van 45 graden voorover buigt. Hier bij wordt mi-iki 三息 (3 ademhalingen) timing gebruikt: inademing naar beneden; uitademing blijft beneden; inademing terug omhoog. De vingers raken de knieen.
  • Gyō 行 (semi-formeel): bedoeld voor beleefde, maar minder formele situaties. Keirei 敬礼 (korte buiging), waarbij het bovenlichaam  een hoek van 30 graden voorover buigt.
  • Sō 草 (informeel): bedoeld voor zeer korte en informele bevestigingen. Eshaku 会釈 (knik), waarbij het bovenlichaam niet meer dan 10 graden voorover buigt.

Wat betreft zarei (zittende buiging) kan eenzelfde onderverdeling gemaakt worden.

  • Shin 真 (formeel): buiging waarbij de vingertoppen van de twee wijsvingers en de twee middelvingers en de duimen elkaar raken. Het voorhoofd is zo’n 15 centimeter boven de vloer. Er wordt gebruik gemaakt van miiki-timing
  • Gyō 行 (semi-formeel): buiging waarbij de vingertoppen van de twee wijsvingers en de twee middelvingers en de duimen elkaar raken. Het bovenlichaam buigt 45 graden naar voren.
  • Sō 草 (informeel): De toppen van de duimen en de tweede kootjes van de wijsvingersraken de vloer naast de knieen.

Op de volgende momenten wordt er een buiging gebruikt.

  • Binnenkomen en verlaten van de zaal: staande gyō-buiging
  • Tijdens torei (groeten naar het zwaard): staande gyō-buigingen en zittende shin-buigingen
  • Tijdens kairei (openings- en sluitingsgroeten): zittende shin-buigingen; de (laatste) staande shin-buiging wordt vergezeld met het de woorden: “onegai shimasu”
  • Om een kort gesprek/vraag te beginnen of af te sluiten: gyō-buiging

De sfeer bij Kochōkai is beleefd, maar redelijk informeel. Over het algemeen worden gyō buiging toegepast.

Verdere aandachtspunten zijn:

  • Staande buiging bij binnenkomst of verlaten van de zaal is niet in deuropening, maar 3 passen binnen de zaal. Om ruimte te houden voor anderen.
  • Zittende buiging: eerst de linkerhand en dan de rechterhand naar de grond.
  • Bij alle buigingen blijft de rug en nek recht. Het is onbeleefd om de tussen de kraag en de nek een opening te hebben.
  • Bij alle buigingen blijf je niet de ander aankijken, in tegenstelling tot de uitleg in sommige Hollywood-films.
  • Buigingen tussen beoefenaars met verschillende “status” beginnen en eindigen tegenlijk. De junior, zorgt ervoor dat de senior nooit eerder beneden is en nooit later omhoogkomt en de junior buigt iets dieper.
  • De positie van de sō-buiging wordt in een formelere situatie soms ook aangehouden als er een groepsmededeling gedaan door iemand die niet de meest senior in de groep is.

Het belangrijkste is niet deze regels perfect te kennen, maar te buigen met een oprecht hart en aandacht. De diepte van de buiging en de duur ervan zijn slechts de uiterlijke vormen hiervan.

Meer over de opbouw en het groeten tijdens de les vind je hier: Indeling op zondagavonden

Groeten in andere tradities 

Een zeer beroemde school van etiquette is de Ogasawara ryū. Deze school wordt in modern Japan nog steeds door de hooggeplaatsten beoefend.

De school was vroeger een school met boogschieten te paard, boogschieten te voet en etiquette. Tegenwoordig wordt de etiquette van de school ook los beoefend. Daarnaast heeft de school een grote invloed gehad op de etiquette het huidige Kyūdō (boogschieten). De etiquette van een aantal zwaardscholen zijn ook beïnvloed door deze school, zoals bijvoorbeeld Niten Ichi ryu (Musashi’s zwaardschool).

Ritsu-rei (staande buiging):

  • Fukai-rei (diepe buiging), waarbij het bovenlichaam  een hoek van 70 graden voorover buigt. Hier bij wordt mi-iki-timing gebruikt.

Za-rei (zittende buiging):

  • Goshu rei/sarani fukai rei (zeer formeel): buiging waarbij de vingertoppen elkaar raken. Het bovenlichaam maakt een zo diep mogelijke buiging.
  • Soshu rei/fukai rei (formeel): buiging waarbij de vingertoppen elkaar bijna raken. Het voorhoofd is zo’n 15 centimeter boven de vloer
  • Takushu rei (semi-formeel): buiging waarbij er tussen de vingertoppen ruimte is. Het  voorhoofd is zo’n 24 centimeter boven de vloer
  • Sesshu rei (semi-formeel): lichte buiging; handen zijn plat op de vloer naast de knieën met de vingertoppen naar voren wijzen en gelijk liggen met de voorkant van de knieën.
  • Shiken rei (informeel): lichte buiging; vingentoppen raken ne de vloer naast de benen nabij de knieën.

Een andere bron van etiquette is de theecermonie. Ook hierin bestaan verschillende scholen. De methode van buigen bij Kochōkai lijkt erg op die van de theeceremonie, met het verschil dat de linker- en rechterhand tegelijk bewegen en dat de sō-buiging een lichte buiging is met de vingertoppen op de grond voor het lichaam.

Binnen boeddhistische tradities wordt er ook veel gebogen. Zowel zittend staand als liggend. De buigingen gaan vaak gepaard met een gasshō 合掌 (handgebaar met beide palmen tegen elkaar en de vingers omhoog). Buigingen vanuit seiza starten met een gashō dan de buiging waarbij de handen (met de palmen omhoog en de vingers naar voren wijzend) kort worden opgetild terwijl het voorhoofd de vloer bijna raakt.

Groeten in (modern) Japan

Een aantal aandachtspunten over het groeten in modern Japan ten opzichte van de manier waarop er tijdens budō-training wordt gebogen.

  • In hedendaags Japan (met stoelen en westerse kamerindeling) komt een zittende buiging veel minder vaak voor. Als wordt gebogen buigen vanuit seiza gebeurd dat met beide handen tegelijkertijd.
  • Staande buigingen komen erg veel voor. Meerdere buigingen bij een enkele ontmoeting zijn geen uitzondering dus wees alert dat je elke buiging correct beantwoord.